De eindtoets


Binnenkort maken alle kinderen van groep 8 de eindtoets. Veel scholen gebruiken de Cito Eindtoets. De eindtoets is medio jaren 60 ontworpen door een van Nederlands meest fameuze wetenschappers, hoogleraar toegepaste psychologie Adriaan De Groot. Nobelprijswinnaar Herbert Simon citeerde De Groot menigmaal in zijn wetenschappelijk oeuvre. Een spraakmakend werk van De Groot was Vijfen en zessen uit 1966: een ‘schotschrift tegen averechtse deskundigheid van onderwijzers en onderwijzeressen.’ Bij het beoordelen van leerlingen vertrouwden docenten te gemakkelijk op hun eigen inzichten. In dit werk richtte De Groot zijn kritiek op de examenpraktijk van het onderwijs. De beoordelingen van onderwijsresultaten en de zak/slaag-beslissingen waren veel te subjectief en dienden te worden verbeterd. Ook werden kinderen uit ‘lagere’ sociaaleconomische klassen vaak verwezen naar een ‘lagere’ vorm van vervolgonderwijs dan bij hun capaciteiten paste.

Om dat alles te kunnen keren werd de landelijke Cito Eindtoets eind jaren zestig ingevoerd. De eindtoets werd dus ook ingevoerd om de emancipatie van bevolkingsgroepen te kunnen bevorderen en kansenongelijkheid te reduceren. In het eerste decennium van de 21e eeuw is met betrekking tot de Cito eindtoetsen een fenomeen opgetreden dat door bestuurskundigen ‘doelverschuiving’ wordt genoemd. De Cito eindtoets werd, anders dan waarvoor hij oorspronkelijk bedoeld was, gebruikt om scholen met elkaar te kunnen vergelijken wat betreft hun eindopbrengsten en om de gemiddelde eindopbrengst per school te kunnen definiëren als onder, op of boven de inspectienorm. Scholen kunnen zelfs als ‘zwak’ worden gekwalificeerd als hun leerling populatie drie jaar achtereen onder de inspectienorm scoort die op basis van weging van opleidingsniveau van ouders bij de school hoort.

Het schooladvies van leerlingen is de uitkomst van een uiterst zorgvuldig doorlopen hoogwaardig afwegingsproces, waaraan leraren hun theoretische kennis, en hun praktische wijsheid toevoegen. Het schooladvies mag met recht vertrouwd worden. Inmiddels constateren de OECD en ook de inspectie dat kansengelijkheid in ons onderwijs onder druk staat. Met andere woorden, het vermoeden bestaat dat er kinderen zijn die een te laag advies ontvangen, vergeleken met hun capaciteiten. Daarom vraagt de inspectie om in situaties waarin een kind beduidend hoger scoort dan het afgegeven schooladvies zou doen vermoeden, de mogelijkheid te scheppen om het advies te heroverwegen. Ook dat kan onderdeel zijn van een zorgvuldige praxis, waarin de school, de ouders en het kind de noodzakelijke gouden driehoek vormen om alsnog tot een andere uitkomst te kunnen komen.

In de eindtoets toont zich (een beperkt deel van) de ontwikkeling van een kind en de toegevoegde kwaliteit van een school. Het onderwijs is een sector die van het grootste belang is voor kind en samenleving. Onderwijs draagt bij aan de kansen en ontwikkeling van elk kind. En vanuit die notie ben ik fier op onze leraren en directeuren en onze kinderen. Ik hoop dat ook nu weer de eindtoets bevestigt dat het kind de ontwikkeling heeft doorgemaakt die bij hem of haar past. Het gaat niet om hoog of laag. Die begrippen moesten we eigenlijk eens uit het onderwijsjargon schrappen. Het gaat om passend bij het kind, bij wie het is en bij wie het wil worden. Veel succes voor allen de komende weken en wees trots op je eigen onderwijs.

 

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel