De leraar


Deze periode bezoek ik samen met mijn CvB collega Michel van den Berg alle scholen van Optimus. Daarbij worden we ook uitgenodigd om onze collega’s tijdens hun werk in de klas te bezoeken. Het is een voorrecht om leraren met hun kinderen aan het werk te mogen zien. Hoogwaardige professionaliteit, meesterschap en toewijding van leraren ervaren, raakt m’n onderwijshart.De leraar doet er toe, maakt het verschil. Onderzoeken laten zien dat 20 tot 30 procent van de variantie in leerprestaties tussen kinderen het gevolg is van het effect van de leraar. Er zijn zelfs onderzoeken die 45 tot 50% van de variantie verklaren vanuit de kwaliteit van de leraar. Deze onderzoeken zijn vooral uitgevoerd in Amerikaanse en Australische contexten.We kunnen daarom alleen al de meta-analyses van Hattie en Marzano over deze onderzoeken niet zomaar één op één overnemen voor de Nederlandse situatie. Het zou goed zijn als onze universiteiten samen met HBO en werkveld meer gezamenlijk onderzoek zouden uitvoeren op thema’s waar de branche mee worstelt en de kennis daaruit verspreiden in het Nederlands Onderwijs.

Maar hoe dan ook, de leraar doet er toe, en niet zo’n beetje. Leraarschap is een van de cruciale professies in dit land denk ik. Gelukkig vind de overheid dat ook. En daarom is de lerarenagenda 2013-2020 gemaakt. We zien al effecten van de collectieve aandacht voor de kwaliteit van de leraar. De pabo’s hebben de lat hoger gelegd voor de instroom, maar ook voor de afstudeerders. De nieuwe generatie leraren basisonderwijs beheerst aantoonbaar de vereiste kennisbases, heeft een onderzoekende houding en toont zich bereid om zich een loopbaan lang door te ontwikkelen. Veel leraren professionaliseren zich. Het ligt in de verwachting dat deze professionalisering ook zal leiden tot veel meer mastergraden in het basisonderwijs. Mooie ontwikkelingen, die voor een deel geflankeerd worden door de Lerarenagenda.

Het vergroten van het professioneel vermogen van de leraar kan niet alleen van de leraar zelf uitgaan. Leraren hebben een omgeving nodig waarin ze lerend kunnen floreren. Er is maatwerk nodig in de professionaliseringstrajecten voor leraren. Zo is het absoluut nodig dat masteropleidingen voor leraren flexibeler van aard worden, meer toegesneden op de agenda van de school van de leraar en flexibeler in studieduur en studiebelasting. Nu moet een leraar die een masterstudie volgt deze binnen een beperkte tijdsduur van circa 2 jaar afronden. Hoe vruchtbaar zou het zijn als een leraar een aantal onderwijseenheden in een meer op maat vormgegeven route stapelt en in een bij hem of haar passend tijdsbestek de mastertitel verwerft. Flexibilisering in voortgezette professionalisering van leraren is noodzakelijk. De commissie Rinnooy Kan geeft daarvoor in haar rapport Flexibel Hoger Onderwijs voor volwassenen (2014) goede richting gevers. Afstemming is nodig tussen Universiteiten, HBO en werkgevers. Dat mag wel een tandje meer zijn. De leraar verdient immers de best mogelijke randvoorwaarden voor een loopbaan lang leren.

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel