De vakman, de vakvrouw.


Iedereen heeft wel een bepaald beeld bij wat een vakman of een vakvrouw is. Het gaat dan onder meer om vaardigheden, kennis en praktische wijsheid. Een vakman of vakvrouw beheerst zijn of haar vak en oefent het met een schijnbaar gemak uit. Richard Sennett noemt dit in zijn memorabele werk ‘The craftsman’ het vermogen tot prehension. Dat betekent zoveel als ‘het grijpen’ en het gaat verder dan het hebben van kennis en kunde. Het is de vaardigheid om al doende in te spelen op het onvoorziene en de soms meer dan weerbarstige situaties waarmee de professional wordt geconfronteerd. We zien dit bijvoorbeeld bij chirurgen, instrumentenmakers, acteurs, ingenieurs, maar ook bij leraren.

Een mooi voorbeeld is de Japanse leraar Kanamori. Deze leraar toont in de film ‘Japanse levenslessen’ zijn pedagogische tact en diep inzicht in de relationele processen in de klas. Ik heb Kanamori persoonlijk mogen ontmoeten en in de interactie met Nederlandse leraren en studenten werd voor iedereen zichtbaar waar het vakmanschap van Kanamori zit, in de relatie en in de aandacht.

Onlangs bezocht ik de film ‘De kinderen van juf Kiet’. Kiet Engels werkt in Hapert en geeft les aan vluchtelingenkinderen. Kiet heeft de moed gehad om gedurende een heel jaar een filmploeg in haar klas toe te laten. De film is indrukwekkend. Kiet is een echte vakvrouw. Een leerkracht die zeer duidelijk is naar kinderen, maar die tegelijk erg goed luistert, oplossingsgericht is en aandacht geeft op de momenten dat het er echt toe doet. Over haar stijl kun je misschien van mening verschillen. Maar juf Kiet heeft haar onderwijs en professionaliteit erg goed voor elkaar. Het meest aansprekend in de film zijn de kinderen. Deze kinderen komen vanuit moeilijke omstandigheden zo het Nederlands onderwijs in. Het zijn dappere kinderen, vol levensmoed en groeikracht. De juf en de kinderen passen erg goed bij elkaar.

In mijn eigen werkomgeving kom ik veel bevlogen collega’s tegen. Er is dan wel geen film over hen gemaakt, maar ik zie hetzelfde vakmanschap als bij Kiet en Kanamori, bijvoorbeeld in de taalklassen op de scholen in Velp en Schaijk en op onze speciale basisscholen. En ook op alle andere Optimusscholen.

Het mogen ervaren van vakmanschap roert me altijd. Het lijkt wel of er een sprankel van uitgaat. Laatst was ik bij een kennissessie over Executieve functies, een belangrijk thema binnen Optimus en de Optimusacademie. Een van onze orthopedagogen deelde haar kennis met enkele mensen van het bestuurskantoor. De wijze waarop ze dat deed liet ook weer het vakmanschap zien waar het in deze blog over gaat. Zo verzorgd, zo doorleefd en gekoppeld aan de context van onderwijs.

Voor mij als bestuurder wordt dan ook meteen weer helder dat het een van de belangrijkste taken van bestuurders is om de ontwikkeling van het professioneel vermogen van alle collega’s in de stichting te stimuleren, te bevragen en te faciliteren. En dat geldt uiteraard ook voor onze eigen professionele ontwikkeling. Ook daar moet keihard gewerkt worden aan de doorontwikkeling van vakmanschap.

En met deze gedachte sluit ik dit laatste blog van 2016 af. Op naar een mooi en uitdagend nieuw onderwijsjaar dat sprankelt!!

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel