Jong professioneel kapitaal


Binnen Optimus draagt ieder op zijn of haar eigen wijze bij aan het vermogen om hoogwaardig onderwijs voor de kinderen in onze scholen te kunnen realiseren. Onze leraren en schoolleiders hebben het meest direct invloed op de kwaliteit van de primaire processen. Metastudies van Hattie, Marzano en ook de recente studie van Jaap Scheerens laten dat telkens zien. Het CvB heeft veel aandacht voor beide beroepsgroepen. Uiteraard in de eerste plaats om hen te stimuleren te steunen en te faciliteren om hun werk en loopbaan goed vorm te kunnen geven.

We zien de komende jaren tekorten aan leraren aankomen. We zijn daarin niet de enigen. We ontwikkelen beleid om ook in de toekomst genoeg en goede leraren te kunnen werven. Recentelijk hebben wij gesprekken gevoerd met vierdejaars pabostudenten. De centrale vraag daarbij was wat zij belangrijk vinden bij het kiezen van een toekomstige werkgever. En dan valt natuurlijk het woord ‘kiezen’ op. Dat staat in schril contrast met de ervaring van andere generaties pabostudenten die werden geconfronteerd met een groot overschot op de arbeidsmarkt. Uit het gesprek met de studenten maakten we op dat ze echt niet zitten te wachten op ‘lokkertjes’ zoals een hogere inschaling bij aanvang. Belangrijker zijn de mogelijkheden om je te ontplooien, door scholing en professionalisering. Ook gaven ze aan dat het loopbaanperspectief aantrekkelijker zou moeten zijn. Men heeft behoefte aan mobiliteit, maar ook aan het kunnen maken van verschillende promotiestappen binnen het leraarschap.

Het is boeiend om met jonge mensen te spreken. Het was goed om weer eens te zien hoe ambitieus en zelfbewust ze zijn. Ze toonden visie en kennis van zaken. Zij geven ons vertrouwen in de ontwikkeling van jong professioneel kapitaal in het onderwijs.

Datzelfde vertrouwen heb ik gevoeld toen ik vorige week een dag bij meester Teun en zijn groep 6/7 heb gewerkt. Toen ik meldde dat ik graag weer zelf wilde ervaren hoe het is om met een klas te werken, bood de jonge leraar Teun mij spontaan deze mogelijkheid. Ik heb onder meer instructies taal en rekenen gegeven. Dat was nog niet zo gemakkelijk kan ik zeggen. Ik heb Teun ook bezig gezien in zijn dagelijks werk. Het is mooi om te zien hoe een leraar de leerlijnen beheerst en goed afstemt in zijn instructies en algemeen pedagogisch klimaat. En de kinderen waren zoals kinderen van alle tijden zijn. Open, spontaan en leuk. Ik heb veel geleerd tijdens mijn ‘stagedag’. Teun en zijn klas zeiden dat ik nog een keer terug mocht komen. Daar ben ik stiekem

Groep 6/7 De Bolster

best wel een beetje trots op.

 

Het was een mooie dag. Ook buiten de klas werd ik hartelijk ontvangen door het team en de directeur. Ik denk niet dat ik een betere leraar geworden ben door deze dag. Maar ik denk wel dat mijn kennis om mijn werk als bestuurder te doen is uitgebreid.

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel