Nederlandse leerlingen minder gemotiveerd?


Vorige maand verscheen een in opdracht van OC&W opgesteld OECD rapport over de staat van het Nederlands Onderwijs. Het rapport bevatte eigenlijk niets nieuws. Dat is ook logisch omdat de opstellers hun data haalden uit bestaand Nederlands en internationaal onderzoek. Ook is een groep bekende Nederlandse hoogleraren bevraagd  door het OECD panel.

Het Nederlands onderwijs is van heel behoorlijk niveau. We spelen mee in de internationale top. Onze leraren verdienen aan de magere kant vergeleken met  collega’s in het buitenland en ze maken veel meer lesuren dan leraren in andere OECD landen. De vroege selectie voor vervolgonderwijs is een groot systeemprobleem. En er is een toenemende ongelijkheid wat betreft onderwijskansen in Nederland. Allemaal al langer bekend.

Wat de krantenkoppen haalde was het gegeven dat Nederlandse leerlingen minder gemotiveerd zijn dan hun buitenlandse ‘peers’. Deze bevinding kwam ook niet van de OECD zelf. Men heeft dit ‘feit’ opgehaald uit het onderwijsverslag 2012-2013 van de Inspectie. Daarin lezen we het volgende. ”‘Toch lijkt een groot aantal leerlingen en studenten weinig gemotiveerd voor het leren, valt ons op. Zij ervaren het recht op onderwijs louter als een plicht. Gaan leerlingen graag naar school om elkaar te ontmoeten, beduidend minder enthousiast lijken ze voor veel lessen”. De inspectie constateerde dat de leerlingen in 9% van de geobserveerde lessen  in het PO onvoldoende betrokken waren. In het VO waren de leerlingen onvoldoende betrokken in 21% van de lessen. Hoe de inspectie dat  overigens gemeten heeft is me nog steeds een raadsel.

In veel andere landen zijn leerlingen meer gemotiveerd, en zeker ook bereid om gericht te werken aan betere resultaten, aldus de inspectie en de OECD. Wat zegt dit nou precies?

Zegt het iets over de Nederlandse leraren, zegt het iets over onze kinderen, die bij de gelukkigste ter wereld horen? Wie het weet mag het zeggen. Ik weet wel dat kinderen in Singapore bijvoorbeeld volledig gefocust zijn op presteren en na school nog naar bijles willen gaan om bij de top of class te horen. En in Korea is het niet veel anders.

Is dat dan motivatie en betrokkenheid van de juiste soort? Ik denk van niet. Wat we in Nederland misschien wat meer kunnen gebruiken is een tikkeltje meer karakter als het aankomt op doorzetten, volharden. Dat laatste wordt internationaal ook wel ‘Grit’ genoemd. Naast het worden van ‘vaardig, aardig en waardig’ zou persoonsvorming in ons onderwijs misschien ook wat gericht kunnen zijn op volhouden, doorzetten, focus houden. Niet in de zin van ‘try a little harder’, maar in de zin van ‘try a little better’. Kinderen (en ook volwassenen) hebben soms ook recht op een stukje ontbering in de positieve zin. Je kunt dat ook leren op school. En dat kan op zeer verantwoorde wijze, als er maar aangesloten wordt bij de 3 basisbehoeften die Ryan & Deci  40 jaar geleden in beeld hebben gebracht: autonomie, competentie en verbondenheid. Volgens mij kunnen wij dat in ons onderwijs al heel goed en worden we er steeds beter in.

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel