Nul tolerantie voor pesten.


In de week tegen pesten (19 t/m 23 september) staat Nederland extra stil bij pesten. Sander Dekker meldt op de radio dat het percentage kinderen dat in basis- en voortgezet onderwijs melding maakt van pesten afgelopen jaar gedaald is. Dat op zich is een heuglijk feit. De toegenomen aandacht voor pesten, o.a. middels wetgeving en invoering van protocollen en gevalideerde methodieken, lijkt verbetering op te leveren.

 

VO-voorzitter Paul Rosenmӧller kwam in dezelfde uitzending ook aan het woord. In zijn reactie ‘plaagt’ hij, waarschijnlijk onbewust, leraren in het basisonderwijs door ze consequent aan te duiden als leerkrachten terwijl hij het tegelijkertijd ook heeft over hun collega leraren in het VO. Maar dat terzijde. Paul Rosenmӧller is blij met de ‘verbetering’, ook al vindt hij dat het allemaal nog veel beter kan. Ik ben het met hem eens. Er mag geen tolerantie zijn voor pesten, niet op een school, niet op het werk, nergens. Pesten is onacceptabel. Pesten grijpt direct in op de veiligheidsbeleving van allen. Gepest worden levert verwonding op, die soms moeilijk heelt, of helemaal niet. Ook is pesten gedrag dat je de pester niet toewenst. De zaak relativeren, wat tegenwoordig schering en inslag is, mag niet opgaan voor pesten.

 

De moed om pesten in de school tegen te gaan ontstaat ondermeer in de personeelskamer. Die moed komt voort uit het gevoel vanuit één visie en met één mond te spreken. Het is niet gemakkelijk voor een team of een afzonderlijke collega om pesten tegen te gaan. Het vraagt om het vermogen om op de juiste manier aan te spreken, zowel naar kinderen als naar volwassenen toe. Pesten tegen gaan vraagt ook om gerichte aandacht voor socialisatie en persoonsvorming van de kinderen. Je kunnen inleven in anderen, compassie verder ontwikkelen, tolerantie geven aan anders zijn, weerbaar worden, solidair zijn met anderen, dat zijn naast o.a. rekenen en taal en wereldoriëntatie belangrijke richting gevers voor de ontwikkeling van het kind.

 

Niet alleen het team en de leraar zijn verantwoordelijk voor een veilige school en de vorming van kinderen. Ouders, familie, de buurt en de vereniging, de gemeente, de samenleving, de bestuurders, allemaal dienen we met elkaar verbonden te zijn om onze kinderen te helpen opdat zij kunnen leven in een pestvrije omgeving. Dat is wat we moeten nastreven, een pestvrije omgeving, waar kinderen weerbaar, emotioneel vrij en zichzelf kunnen zijn. Dit is niet gemakkelijk, maar het is ook geen onbereikbare utopie. Willen we ons met recht een beschaafd land noemen, dan is hier nul tolerantie voor pesten op zijn plaats.

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel