Over ongelijkheid


Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is ongelijkheid in de westerse samenlevingen aan het toenemen. De Amerikaanse hoogleraar Putnam laat dit bijvoorbeeld zien in zijn lezenswaardige boek ‘Our kids, the American dream in crisis’. De Britse socioloog Wilkinson concludeert na een baanbrekend onderzoek dat naarmate ongelijkheid in een land of regio groter is, het aantal mentale stoornissen, tienerzwangerschappen, kindersterfte, maar ook drugs- en medicijngebruik toenemen. Naarmate ongelijkheid toeneemt, wordt de lichamelijke gezondheid slechter, dalen de onderwijsresultaten en de sociale mobiliteit en nemen gevoelens van veiligheid en geluk af. Te veel ongelijkheid zorgt voor een verlies aan respect en zelfrespect. Als daar ook nog eens factoren bijkomen als te veel nadruk op productiviteit en competitie, is de kans aanwezig dat een samenleving langzaam afglijdt.

Glijdt Nederland af?
Dat valt mee denk ik. Maar er zijn genoeg signalen die erop wijzen dat we de verkeerde richting aan het opgaan zijn. De inspectie en ook de OECD wijzen daar ook al enige tijd op. Onderwijs maakt het verschil voor een samenleving. Onderwijs kan het niet alleen, maar onderwijs kan wel heel veel bijdragen. Onder meer door kinderen te helpen hun zelfrespect en vertrouwen in zichzelf en de ander te ontwikkelen. Dat kan alleen maar in een omgeving waarin ze zichzelf mogen zijn en waar onderwijs positieve en hoge realistische verwachtingen naar hun ontwikkeling uitstraalt. Kinderen willen competent zijn en vragen om aansluiting bij wat ze zouden kunnen leren. En om leraren die hen vertrouwen en die meesterlijk zijn in hun vak, zowel wat betreft kennis en inhoud als wat betreft interactieve processen. Een quote die de belangrijke rol van onderwijs samenvat en die me inspireert komt van de overleden Nieuw Zeelandse onderwijskundige Graham Nuthall: “Ability is the consequence, not the cause of what happens in the classroom’.

Onderwijssystemen werken soms onbedoeld mee aan het versterken van ongelijkheid. Zo zie je in Nederland bijvoorbeeld de nadrukkelijke metaforische tegenstelling (dichotomie) hoge versus lage citoscore en VMBO versus Havo/Vwo. Wat doet het met kinderen als een VMBO-opleiding geassocieerd wordt met ‘laag’? Waarom de term ‘laag’, of de term ‘hoog’? Het zou er om moeten gaan waar je goed in bent of kunt worden, waar je affiniteit ligt, waar je mogelijkheden liggen. We zouden af moeten van voornoemde onvruchtbare dichotomieën. We zouden een taal kunnen ontwikkelen om verschillen tussen kinderen op een nog eerlijkere wijze aan te duiden. Woorden als talent, betrokkenheid, ontwikkeling en leerwinst kunnen daarbij helpend zijn. Ook zou het goed zijn als we, in plaats van tijd spenderen aan relatief zinloze exercities als Onderwijs 2032, gerichter zouden nadenken over de structuur van ons onderwijsstelsel. Nederlandse kinderen worden naar mijn mening op veel te jonge leeftijd van elkaar gescheiden, doordat ze op 12-jarige leeftijd geselecteerd worden in de hoofdstromen beroepsgericht en algemeen vormend.

Ter afsluiting.

Je mag zijn wie je bent, je hoort erbij, je bent verbonden, dat zijn waarden die ongelijkheid in juiste proporties kunnen houden en gelijkwaardigheid versterken. Hierin ligt onder meer het fundament van een gelukkige samenleving. Onderwijs is een belangrijk onderdeel van dat fundament. Laat ons dat nooit vergeten. En daarom verdient onderwijs een toppositie in de maatschappelijke aandacht die ertoe moet leiden dat ons land beschaafd blijft, met kansen voor elk kind, voor elke burger.

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel