Terug in het basisonderwijs


In 1980 startte ik als leraar in het basisonderwijs. Ik had achteraf gezien het geluk dat ik op een experimentele basisschool terecht was gekomen. De school baande samen met 100 andere basisscholen de paden richting de invoering van de nieuwe basisschool in 1985. We schreven onze eigen rekenmethode gebaseerd op de leertheorie van Gal’perin. We maakten woordpakketten die de basis vormden voor de latere spellingmethode van Taalactief. Ik denk dat mijn leercurve stijl omhoog ging in die tijd. En dat kwam ondermeer door onze directeur, die inspireerde met inhoud, visie en met uitdaging. De kinderen stelden hun eigen leervragen, gingen op onderzoek uit, werkten samen, ook met kinderen die ver van onze school afwoonden. En ze werkten op hun eigen niveau. De huidige 21st century skills waren er ook al in “the eighties. De opbrengsten, cognitief en niet cognitief stemden tot ieders tevredenheid. We hadden alleen maar een eindtoets en geen leerlingvolgsysteem. Toch wisten we allemaal, de kinderen incluis, waar het kind stond in zijn of haar ontwikkeling. Mijn oud-leerlingen, die ik nu nog af en toe ontmoet, zijn veelal gelukkige volwassenen geworden. En daar gaat het denk ik toch ook om.

Is er nou veel veranderd in de scholen? Was het vroeger beter? Nou niet echt. Ik zie in mijn werk bij Optimus lerende leraren, innovatieve en creatieve teams, schoolleiders die inspireren tot ontwikkeling. Ik zie blije kinderen die het leuk vinden op hun school. Mooie materialen, computers in klassen, fijne cultuureducatie en wetenschap en techniek. En ik zie leraren die in onderwijskundig opzicht veel weten, die instructie verzorgen die ‘evidence informed’ is.

Er is veel meer onderwijskundige kennis in de teams dan enkele tientallen jaren geleden. De pedagogiek in de klas is niet echt anders. Het gaat nog steeds om pedagogische tact: in een ‘split second’’ het goede doen voor een kind. Zeker, de leraar en de schoolleider mogen trots zijn op hun professie. Dat mag wat mij betreft wel een onsje meer zijn. De administratieve druk is hoog, te hoog, en irritante regeldruk is er te veel.

Daar moeten we samen aan gaan werken. Zodat dat de leraar en de schoolleider meer hun focus kunnen leggen op het leren en ontwikkelen van kinderen en van zichzelf.

Het basisonderwijs is absoluut de mooiste sector in Nederland. In de frontlinie van de samenleving werken aan het belangrijkste sociaal kapitaal dat een land heeft: de kinderen van nu die de volwassenen van later zijn. Het voelt goed voor mij om na vele jaren in het Hoger Onderwijs weer terug in het basisonderwijs te zijn. En Hoe staat het met de leercurve tegenwoordig?

Nou de vele ontmoetingen met collega’s in het primair onderwijs alleen al geven mijn leercurve vleugels.

 

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel