WERKEN MET EEN GROEPSPLAN GEDRAG

Het onderwijs zal planmatiger moeten gaan werken aan passend onderwijs, vooral ook als het gaat om de aandacht voor gedrag en sociaal emotioneel leren. Het groepsplan gedrag kan worden gezien als een praktische uitwerking van het schoolondersteuningsprofiel.

Masterclass: WERKEN MET EEN GROEPSPLAN GEDRAG

door: Kees van Overveld,
o.a. coördinator Expertisecentrum Gedrag van het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschooldocent en auteur van o.a. “Groepsplan Gedrag”.

23 september 2014,
Inloop 19.00 uur
Start masterclass: 19.30 uur
Vragen: 21.00 – 21.30 uur

In deze masterclass geeft Kees van Overveld een introductie op zijn boek. Hij volgt daarbij de opbouw van zijn boek: “Groepsplan Gedrag”

Primaire preventie

Primaire preventie bestaat uit een algemene, universele aanpak die bestemd is voor alle kinderen uit een groep of school en die de individuele leerlingen niet stigmatiseert. De maatregelen op dit niveau kunnen bestaan uit een effectief georganiseerd klassenmanagement, een regelsysteem ten behoeve van een rustig en ordelijk werkklimaat en/of het gebruik van een programma voor sociale en emotionele competenties. Voor 85- 90% van de leerlingen zal deze aanpak meer dan voldoende zijn.

Secundaire preventie

Voor 7-10% van de leerlingen is een aanpak op schoolniveau alleen onvoldoende. Het betreft hier leerlingen die meer dan anderen het risico lopen zich problematisch te ontwikkelen (children at risk). De interventies op dit niveau richten zich specifiek op het aanpakken van invloedrijke risicofactoren in het kind en/of de omgeving. Meestal is er een specifiek aanbod van programma’s voor leren en gedrag.

Tertiaire preventie

Zo’n 3-5% van de leerlingen profiteert in onvoldoende mate van preventiemaatregelen op primair en secundair niveau. Zij zijn gebaat bij een gedragsfunctieanalyse en ondersteuning die zeer nauw aansluit bij de ontwikkelingsbehoefte. Bij de aanpak kunnen meerdere partijen betrokken zijn: leraren, ouders, klasgenoten en uiteraard de leerling zelf. Vaak bestaat er een geïntensiveerd contact met gespecialiseerde begeleiders, gedragsspecialisten of orthopedagogen.

Elk niveau zal worden toegelicht met praktische voorbeelden en tips. Ook zal Kees van Overveld ingaan op het landelijke beleid rondom pesten en de ideeën die hij daar over heeft.

KLIK HIER om aan te melden

 

MOGELIJKE VERVOLGTRAJECTEN:

PLANMATIG WERKEN AAN PASSEND ONDERWIJS
ALGEMEEN:

Basisscholen staan voor de taak om passend onderwijs te bieden aan alle leerlingen. De kwaliteit van de docent is hierbij cruciaal voor de kwaliteit van het onderwijs; ‘De leerkracht doet ertoe!’ De helft van de leerprestaties wordt bepaald door eigenschappen van de leerling en ongeveer een derde door de kwaliteit van de docent (Boon, 2009). Boon stelt op basis van haar praktijkervaring dat veel docenten in het dagelijks contact het gevoel voor een pedagogisch ontspannen en volwassen houding tegenover leerlingen zijn verloren. Als gevolg daarvan reageren ze nauwelijks functioneel op leeftijdsfase gebonden grensoverschrijdend gedrag. Docenten laten (puberaal) storend gedrag lange tijd op zijn beloop of corrigeren het ineffectief.

Passend onderwijs gaat niet alleen over rekenen, taal en lezen. Het gaat ook over leerlingen en leraren die een groot deel van de dag met elkaar doorbrengen. Meestal is er een goede sfeer en kan er prettig worden gewerkt. Maar wat te doen als u te maken krijgt met ‘dwarsliggers’; een moeilijke groep leerlingen met speciale hulpvragen of ouders waarmee de samenwerking moeilijk verloopt? Maken we dan een ‘gedragsveranderingsplan’ voor de groep, de leerling, de ouders of …. voor de leerkracht? Het vraagt van u als leerkracht brede kennis van ontwikkelingspsychologie, oplossingsgerichte vaardigheden en flexibiliteit. Een groepsplan gedrag, zoals beschreven in het boek van Kees van Overveld (2012) leent zich uitermate goed om gedragsproblemen te voorkomen door het aanbieden van goed onderwijs. Het is gericht op verschillende interventie-niveaus.

Mogelijk SCHOLINGSVOORSTEL:

Hierbij bieden we u een scholingsvoorstel gericht op gedrag:

1. Groepsplan gedrag (basisaanbod);
2. de bovenbouw: een vak apart! (optioneel vervolgaanbod na het basisaanbod);
3. alle ouders als educatieve partners? (optioneel aanbod).

Het programma kan aangepast worden aan de wensen van de diverse scholen; een uniek programma voor een unieke school. Ook kunnen er gemixte groepen vanuit OPTIMUS samengesteld worden, waarbij leerkrachten deelnemen vanuit diverse scholen. De groepssamenstelling is afhankelijk van de vraag.

Door de koppeling van theorie en praktijk wordt het leren betekenisvol in het dagelijkse werk; de volgende dag toe te passen!

1. GROEPSPLAN GEDRAG

Een centrale inleiding wordt in september verzorgd door Kees van Overveld. Hij is coördinator van het Expertisecentrum Gedrag bij het Seminarium voor Orthopedagogiek (Hogeschool Utrecht) en de auteur van het boek: ‘Groepsplan gedrag: Planmatig werken aan passend onderwijs’. Dhr. Van Overveld geeft aan dat er te weinig aandacht is voor preventie van probleemgedrag bij kinderen. De leerprestaties moeten omhoog, de nadruk ligt hierbij vooral op lezen, taal en rekenen. Sociale omgangsvormen en preventie van probleemgedrag bij kinderen worden hierdoor achtergesteld. Kees van Overveld spreekt zijn zorg hierover uit. Hij bespreekt hoe met behulp van het Groepsplan Gedrag probleemgedrag voorkomen kan worden.

Vervolgens kunt u per school of in een ander groepsverband aan de slag met het thema gedrag. In zes teambijeenkomsten kan aandacht worden besteed aan:

1. Primaire preventie: In niveau 1 staat de groep centraal. Een klas is niet zomaar een groep, daar moet je moeite voor doen. De tips en theorie op dit niveau leveren een waardevolle bijdrage aan die groepsvorming. Daarnaast wordt er expliciet aandacht besteed aan de kwaliteit van de leraar, goed onderwijs, klassenmanagement en sociaal emotioneel leren. De ervaring leert dat deze aanpak voor 85-90% van de leerlingen meer dan voldoende is.

2. Secundaire preventie: Niveau 2 is gericht op kwetsbare leerlingen. Aan bod komen o.a. risicofactoren en beschermende factoren, intensieve en kortdurende interventies en het meten van vooruitgang. Voor 7-10% van de leerlingen is een aanpak op schoolniveau alléén onvoldoende.

3. Tertiaire preventie: De leerling met ernstig probleemgedrag wordt besproken in niveau 3. De leraar krijgt handvatten aangereikt om de functie van het lastige gedrag te doorgronden. Er zullen tevens handelingsstrategieën en interventies worden besproken. Zo’n 3-5 % van de leerlingen profiteert in onvoldoende mate van preventiemaatregelen op primair en secundair niveau.

4. Strategieën voor de leerkracht en ondersteuningsbehoeften worden besproken.

5. U krijgt gefundeerde achtergrondinformatie en praktische handvatten om een goed Groepsplan Gedrag te kunnen opstellen en evalueren.

6. Hiernaast wordt aandacht besteed aan communicatie met ouders en kinderen waaronder de oplossingsgerichte benadering.

Als opbrengst van zes bijeenkomsten verwachten we:

  • Dat de focus in de groep ligt op de aandacht voor de onderwijsbehoefte van de leerling. Het groepsplan gedrag kan worden gezien als een praktische uitwerking van het school-ondersteuningsprofiel.
  • Een goed pedagogisch klimaat waarin een ieder veiligheid ervaart. In dit klimaat kunnen leerkrachten en kinderen in een ontspannen sfeer een maximale opbrengst behalen.

2. DE BOVENBOUW: EEN VAK APART

Iedereen wil zich graag gewaardeerd voelen en het gevoel hebben dat inspanning ook resultaat oplevert. Dat geldt zowel voor leerkrachten als leerlingen. In de bovenbouw van de basisschool ervaren leerkrachten soms extra druk door de ontwikkeling van de kinderen, extra communicatieproblemen met ouders, taakverzwaring door verschillende afsluitings- activiteiten en door de fase van adjourning.

Als specialisatie van het groepslan gedrag kunt u zich in het tweede jaar van het werken met het groepsplan gedrag, in het Secundaire en Tertiaire preventieniveau gaan richten op vaardigheden die u nodig heeft om met succes en plezier in de bovenbouw te kunnen werken.

1. Jongens en vooral meisjes komen steeds eerder in de puberteit. Die vroege puberteit heet ook wel de ‘prepuberteit’. Normaal gesproken begint de puberteit bij jongens rond 12 jaar. En bij meisjes rond 10 jaar. De prepuberteit wordt gekenmerkt door een toename van probleemgedrag. Door kennis van deze leeftijdsfase in de bovenbouw, maar soms ook al in de middenbouw ontstaat meer begrip voor de leerlingen, waardoor beter afgestemd kan worden op hun behoeften.

2. Hoe kunt u aandacht besteden aan groepsvorming en groepsdynamiek, sociaal-emotioneel leren en handelingsgericht werken? Pre-pubers zijn meesters in communicatie, meedogenloos afstraffend als je niet ‘echt’ in contact met hen treedt. Echt

communiceren met leerlingen in de bovenbouw is boeiend en verrijkend, maar je moet wel de juiste houding aannemen en de juiste toon kunnen vinden.

Als opbrengst van drie bijeenkomsten verwachten we:

  • Met behulp van theorie en beeld meer begrip van het verschijnsel prepuberteit.
  • Vaardigheden om tegemoet te kunnen komen aan de onderwijsbehoeften.
  • Oplossingsgericht kunnen werken.
  • Effectieve gesprekstechnieken bij het omgaan met weerstand van leerlingen en ouders.

3. ALLE OUDERS ….. EDUCATIEVE PARTNERS?

‘Ouders/verzorgers zijn de eerstverantwoordelijken voor de opvoeding van hun kinderen. Als eerstverantwoordelijken willen zij invloed uitoefenen op het beleid en de werkwijze van de school, waarop hun kind is geplaatst. De leerkracht is de onderwijsprofessional en is eerstverantwoordelijk voor het bieden van goed onderwijs aan de leerlingen, waaronder pedagogisch klimaat, didactiek, de klassenorganisatie, etcetera.

Van wezenlijk belang is dat ouders en school enerzijds deze gescheiden verantwoordelijkheden (h)erkennen, maar anderzijds continu met elkaar in dialoog blijven. Op die manier kunnen zij profiteren van elkaars kennis, bij het zoeken naar de juiste ondersteuning en oplossingen. Het in continue dialoog vinden van oplossingen noemen we educatief partnerschap. Ouders continu betrekken bij het proces en hen in de juiste positie brengen is daarnaast een van de kerndoelstellingen van passend onderwijs.’

(PO-raad, 2012)

Hoe verhouden de wederzijdse verwachtingen van de ouders, de school en u als leerkracht zich tot elkaar? Gaat het wel om verwachtingen of om onuitgesproken eisen? Ook tussen directieleden en teamleden bestaan verwachtingen over en weer. Maar zit u op één lijn? In het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband staat beschreven hoe het samenwerkingsverband de ouders ‘in positie brengt’. Hoe gaat u dit in de praktijk brengen?

Je kunt allerlei soorten gesprekken hebben en je kunt daarin allerlei soorten communicatievaardigheden gebruiken. Voorbeelden van soorten gesprekken zijn: een

10-minutengesprek, een slechtnieuwsgesprek, een gesprek met ouders uit een andere dan de eigen cultuur, een oplossingsgericht gesprek, een tweekolommengesprek, een informeel, dagelijks gesprek, een conflictgesprek, een voorlichtingsgesprek en een adviesgesprek.

Communicatievaardigheden zijn: besef en gebruik van non-verbale communicatie, actief luisteren (waaronder herhalen, parafraseren en samenvatten), volgen van en afstemmen op de ander, meta communiceren, afstemmen van volgen en leiden in een gesprek,benoemen, besef en gebruik van interactieposities (Roos van Leary), besef en gebruik van waarnemingsposities in een gesprek, constructief vragen stellen, herkaderen, besef en gebruik van fasen in een gesprek, gebruik maken van RET (rationeel emotieve training), confronteren, omgaan met weerstand.

Sensitief en responsief zijn naar ouders laat zich ook vertalen als ‘rekening houden met de basisbehoeften van ouders’. Stevens (1994) benoemt drie basisbehoeften van leerlingen: relatie, autonomie en competentie. Van Doorn (2003) laat zien dat deze basisbehoeften ook voor de leerkracht gelden. Net zo goed gelden deze basisbehoeften voor ouders. Van de leerkracht wordt gevraagd tegelijkertijd bewust te zijn van de basisbehoeften van de leerling, van de ouders en van zichzelf. Als er sprake is van een kind met probleemgedrag, zal dat de basisbehoeften van zowel het kind, de ouder als de leerkracht in gevaar brengen. Goede communicatievaardigheden van de leerkracht zijn een belangrijk instrument om tegemoet te komen aan basisbehoeften van leerlingen, ouders en van de leerkracht zelf.

Ouders als educatieve partners; wat betekent dit voor u? Ervaart u de samenwerking met ouders als een externe noodzaak of een interne behoefte? We zijn het er allemaal over eens dat goed en regelmatig contact met ouders winst betekent voor alle betrokkenen. Hoe luistert u naar de ouders; ziet u ze als partner of klant? Hoe handelt u als ouders een klacht hebben of liever, hoe probeert u klachten te voorkomen? Met ouders komt u verder, dat is duidelijk, maar hoe u dat doet is bepalend voor de opbrengst. We besteden aandacht aan de wijze waarop en in hoeverre we als leerkrachten en ouders elkaar kunnen ondersteunen als educatieve partners ten gunste van de begeleiding van het kind.

Met behulp van informatie, overleg en oefeningen onder leiding van een docent van het Seminarium voor Orthopedagogiek en eventueel een acteur, gaan we ons bezinnen op bovenstaande vragen.

Als opbrengst verwachten we:

• Een onderbouwing van de visie; ouders als educatieve partners!
• Eenduidige afspraken over oudercommunicatie en de verslaglegging hiervan.
• Het verdiepen en uitbreiden van communicatieve vaardigheden.

STUDIEBELASTING EN OVERIGE INFORMATIE

De scholing betreffende Groepsplan Gedrag, zoals beschreven, wordt aangeboden in het schooljaar 2014-2015 en is tevens te combineren met het aanbod voor het jonge kind (in plaats van ‘de bovenbouw, een vak apart’).

GROEPSPLAN GEDRAG

Een centrale inleiding van dhr. K. van Overveld over Planmatig werken aan passend onderwijs; Groepsplan Gedrag.

Zes bijeenkomsten van vier uur: (groepsgrootte maximaal 15 personen).

DE BOVENBOUW; EEN VAK APART!

Drie bijeenkomsten van vier uur (groepsgrootte maximaal 15 personen).

ALLE OUDERS … PEDAGOGISCHE PARTNERS?

Drie bijeenkomsten van vier uur (groepsgrootte maximaal 15 personen).

Informatiegegevens Seminarium voor Orthopedagogiek regio Noord-Oost

Deel dit artikel