De intern begeleider in ontwikkeling

5 april 2022

De rol van de intern begeleider is altijd onderhevig geweest aan ontwikkeling. Van ondersteuning van de zorgleerling groeit de ib’er nu naar rol waarin actief de kwaliteit in het primaire proces wordt vormgegeven. Hierop aansluitend is er de laatste jaren steeds meer vraag vanuit het werkveld naar duidelijkere kaders, kaders die overal hetzelfde zijn. Optimus hoort deze vraag ook en heeft gekozen om de stap te maken naar de toekomst. Graag nemen we jullie mee in de reis die al onze ib’ers nu aan het maken zijn.

Voor dit artikel spraken we met drie mensen die middenin het proces staan:

Annemieke Derks is intern begeleider op de Bakelgeert in Boxmeer. Tot 2010 werkte ze als groepsleerkracht, toen heeft ze de opleiding tot ib’er volbracht en sindsdien vervult ze met veel plezier die taak.

Linda van Druijten is senior onderwijsadviseur, docent en trainer. Ze werkt met teams aan het versterken van de kwaliteit van onderwijs en het verhogen van betrokkenheid bij medewerkers met de focus op teamleren in de onderwijsorganisatie.

Francis van Haandel is voorzitter van het afdelingsbestuur IB bij de Landelijke Beroepsgroep Begeleiders Onderwijs (LBBO). Francis is zeer betrokken bij de landelijke ontwikkelingen rondom de nieuwe rol van de intern begeleider en één van de initiatiefnemers die de nieuwe beroepsstandaard voor ib’ers uitschrijft.

Linda en Francis verzorgen de Leergang 'Professionaliseren in een veranderende context voor ib'ers'. De Leergang sluit aan bij de inhoud van die verschuivende rol en geeft richting voor alle ib'ers in onderwijsland. Optimus hoort bij de voorhoede van stichtingen die deze leergang aanbiedt aan al haar intern begeleiders. Dit gebeurt in drie fases, om de groepsgrootte overzichtelijk te houden. Annemieke is een van de ib’ers uit de eerste groep.

 

Waarom moest er iets veranderen?

Francis begint enthousiast te vertellen: ”Wat je tot dusver op de scholen aantreft, is dat er grote verschillen zijn tussen hoe het vak intern begeleider is vormgegeven. Dat ligt minder aan de ib’ers zelf, meer aan de grootte van de school, de samenstelling van het team en de geschiedenis van de school en het team. We vinden het belangrijk dat alle ib’ers in ons land vanuit hetzelfde kader, vanuit dezelfde focus werken en zo dezelfde taal spreken. Daarnaast vinden we het belangrijk dat de accenten komen te liggen op het sturen op en ondersteunen van onderwijskwaliteit.”

 

Linda vult aan: ”Hoe gaan we met elkaar als professional goed leren, zodat we de leerling beter laten leren? Dat zijn de vragen die we onszelf gesteld hebben en nu voorleggen aan de ib’ers in het land. Het met elkaar hebben over deze rol is belangrijk. Je kunt de nieuwe beroepsstandaard zien als een gerecht. In grote lijn bepaalt het werkveld, wij met z’n allen, welk gerecht het is en wat de standaardingrediënten zijn. Iedere stichting en iedere school heeft de ruimte om het gerecht te kruiden op de eigen manier. Iets meer peper, iets minder zout; er moet ruimte zijn om het eigen te maken.”

 

De nieuwe beroepsstandaard is tot stand gekomen na vraag uit het werkveld. Francis: “Veel ib’ers waren en zijn zoekende. Er is behoefte aan kadering en tegelijkertijd aan nog meer professionalisering. We hebben een maatschappelijke opdracht om de onderwijskwaliteit continu te verbeteren. En gezien de ontwikkelingen van de laatste jaren, moeten de resultaten écht weer gaan stijgen. Vanuit die gedachten hebben we gekeken naar hoe het dan is op de werkvloer en wat de ib’er kan betekenen om die onderwijskwaliteit te verhogen, dus; Hoe zorgt de ib’er dat er binnen de teamontwikkeling focus wordt behouden op onderwijskwaliteit? Leerkrachten hebben hun handen vol en de ib’er kan dergelijke ontwikkelingen overzien, bijsturen en faciliteren.”

 

Ook Annemieke erkent dat het belangrijk is dat er duidelijke kaders zijn: “Deze vernieuwde beroepsstandaard zorgt dat er een duidelijke, landelijke lijn komt. Voor mijn eigen situatie valt het mee wat er verandert, maar je ziet dat het ib-schap per school anders is ingericht. Nu worden de rollen duidelijk neergezet, het is helder wat er verwacht wordt van ib’ers. Uiteindelijk zal de kwaliteit omhoog gaan, zowel voor het team als voor de leerlingen.”

 

Daarnaast is per augustus 2021 het inspectiekader veranderd en ligt er nu nog meer nadruk op kwaliteitscultuur. De nieuwe beroepsstandaard sluit hier perfect bij aan.

 

Over de nieuwe beroepsstandaard

Francis vertelt over de beweging die vroeg om de nieuwe beroepsstandaard. “In 2018 begon het werken in een professionele leergemeenschap, hetgeen met name het samen leren en samenwerken van professionals faciliteert. Het is geen 'extra' dat erbij komt. Nee, het is een manier van werken waarbij teamleden het gesprek over onderwijs weer echt voeren en bijvoorbeeld samen lessen voorbereiden. Daarnaast is sprake van een toename van leraren die naast de pabo nog een keer een extra opleiding doen, zoals taalspecialist, gedragsspecialist en rekenspecialist. Hoe zorg je ervoor dat de extra kennis van die leerkrachten goed benut wordt voor het hele team? De hele stichting?”

 

De beroepsstandaard wordt geschreven door een schrijversgroep met een brede bezetting uit het gehele onderwijsveld. Francis is de 'aanvoerder' en Linda schrijft mee vanuit haar rol als schoolleider. Ondertussen ligt conceptversie 3.0 bij de verschillende meeleesgroepen. Het meelezen is landelijk uitgezet en er lezen, discussiëren, schrijven en denken ondertussen zo'n dertien meeleesgroepen mee. Op alle lagen in het onderwijs is het nodig het gedachtengoed te introduceren, maar ook scherper op papier te zetten. Deze beroepsstandaard wordt het werk van het brede onderwijsveld en niet enkel van de schrijversgroep. Een tijdrovende 'klus', maar ontzettend duurzaam. Nog niet eerder is een beroepsstandaard zo breed uitgezet en noemen we ondertussen alle mensen die hieraan meedoen het meedenkend vermogen. Een geweldig traject. In het boekje, dat dit jaar wordt uitgebracht, wordt dan ook iedereen genoemd.

Wil je focus houden op het leren en de onderwijskwaliteit, dan heb je alle drie de domeinen nodig:

 

  • Leercoördinator: de ib’er die in staat is sterk onderwijs c.q. professionalisering te organiseren in de school.
  • Trendanalist: de ib’er die in staat is om samen met de directeuren en teamleden ambities te bepalen en aan de hand van data trends te ontdekken en scherper te sturen op ontwikkelingen in de school.
  • Zorgregisseur: de ib’er die in staat is om de zorg van leerlingen vorm te geven met de leerkracht en de leerteams.

 

Deze drie rollen samen maken samen de intern begeleider van de toekomst, iemand die het team kan aanjagen en ondersteunen in het behalen van hogere onderwijskwaliteit.

Annemieke ziet dat deze rollen zijn ingericht in haar dagelijkse praktijk, maar ze realiseert zich ook dat ze nooit uitgeleerd is. “Je blijft in ontwikkeling en jezelf scherp houden. Wat je ziet is dat directeuren en ib’ers nog meer moeten gaan samenwerken. Je hebt de directeur nodig om dit verandertraject in te zetten en voor sommige ib’ers zal die uitdaging groter zijn dan bij mij.” Francis en Linda beamen dit. “Het is belangrijk om die dialoog met de directeur aan te gaan,” aldus Francis. Linda is zeer tevreden over hoe ze dat bij Optimus aanpakken: “De directeuren worden betrokken bij deze leergang, ze sluiten bij verschillende sessies aan en worden zo meegenomen in de ontwikkeling. Dit maakt het gesprek tussen de ib’er en directeur makkelijker.”

 

De leergang

De eerste leergang voor de Optimus-ib’ers is afgerond. De tweede leergang start 9 mei 2022 en bestaat uit vier hele dagen, waarbij theorie direct wordt vertaald naar de praktijk. Linda geeft aan dat sommige stichtingen ervoor kiezen om alle ib’ers in één keer op te leiden. “Drie keer een kleinere groep zorgt voor een beter gesprek, dat is fijn. Naast deze drie rondes loopt er ook een traject met HRM. Het is goed om alle partijen te betrekken, dat levert het beste resultaat op voor de ib’ers, de teams, de stichting en natuurlijk voor de leerlingen.” Sowieso hebben Francis en Linda flexibiliteit ingebouwd in de leergang. Het bestaat uit verschillende blokken waar je mee kunt schuiven. “Maatwerk is nodig, want als je de cultuur van een stichting niet aanraakt bereik je nooit waar je voor gaat,” verduidelijkt Linda.

 

Annemieke is begonnen met de leergang en is enthousiast. “We hebben het in de leergang vooral over het waarom en hoe. We krijgen geen klip en klare oplossingen aangereikt. Dat hoeft nu ook niet, in deze fase. De ib’er gaat in overleg met de directeur hoe het precies in te vullen en wat een passend tijdspad is.”

“Samenwerking is essentieel,” aldus Francis, “samen kijk je hoe je de vertaling maakt naar de werkvloer, naar het team. Het is zo belangrijk dat je met het hele team dezelfde taal spreekt, pas dan kan je wezenlijk werken aan de verbetering van de onderwijskwaliteit. Het team moet niet alleen de taal begrijpen, maar ook spreken.” “Ja,” zegt Linda, ”of je nu op een tandem zit of op een bierfiets, je gaat naar hetzelfde doel en je moet het samen doen.”

 

De leergang doet recht aan dat waar ib’ers vaak al jaren mee aan het stoeien zijn. Het schetst een duidelijk beeld, maar laat ruimte voor de ontwikkeling en het tempo binnen de scholen en stichting. Annemieke zegt zeer terecht: “Het doel is een standaard op te zetten, niet als afvinklijst, maar om helder te hebben wat er van je wordt verwacht en om een eenduidige visie te krijgen. Bijna alle ib’ers benoemen dat het zo fijn is dat dit helderheid gaat geven. Dat dit gaat bijdragen aan hoe we opnieuw vorm kunnen geven aan onze werkzaamheden.”

 

De neuzen dezelfde kant op

Toen duidelijk was dat de beroepsstandaard vernieuwd werd en de rol van de ib’er zou veranderen, waren er diverse commerciële partijen die hier op in wilden haken. Met de beste intenties, maar de LBBO ziet eenduidigheid als voorwaarde voor het slagen. Francis: ”We zijn met vele partijen om tafel gaan zitten, denk aan trainingsbureaus, het Ministerie van Onderwijs, universiteiten, pabo’s, stichtingen en scholen. We hebben uitgelegd dat als iedereen het wiel wil gaan uitvinden en andere termen gaat gebruiken, we ons doel niet behalen. We móeten allemaal dezelfde taal spreken.” Het pleidooi om samen op te trekken werd positief opgepakt en alle instanties samen vormen nu de schil rondom de beroepsstandaard. 

Het LBBO is een spin in het web. Inmiddels zijn er ook nieuwe opleidingen voortgekomen uit deze ontwikkelingen. Zo vinden mensen die nog de opleiding tot ib’er gaan doen ook hun plek in deze nieuwe ontwikkelingen.

 

En na de leergang?

Wat geleerd, besproken en bevonden wordt moet naar de scholen zelf. Linda heeft een aansprekende formule: “Onderwijskwaliteit plus een fijn team zorgt dat de leerresultaten omhoog gaan. Dát is een professionele kwaliteitscultuur. Doen we de goede dingen en doen we ze samen goed genoeg? Dat moet ieder team zich blijven afvragen.”

De ib’ers van Optimus ronden de leergang af met het maken van een plan van aanpak voor hun eigen school en het presenteren van dit plan voor de andere ib’ers. Annemieke wil daarnaast een kwaliteitskaart maken. “Zo kan ik scherp blijven op mijn eigen rol en ontwikkeling. Mijn collega’s weten wat ze van mij mogen en kunnen verwachten. Die drie rollen moeten helder zijn en doorvertaald worden naar het schoolplan en de praktijk.”

 

Voor de teams zal het soms wennen zijn, cultuurverandering vragen, een andere manier van kijken naar en omgaan met. Maar bovenal zal het een verbetering zijn, de ib’er zal nog wezenlijker bijdragen en dit komt het team en de leerlingen ten goede.

 


Geef het door