‘Een anti-pest-coördinator, is dat een apparaat?’

8 oktober 2019

Na de zomervakantie bemerkte ik bij mezelf een soort writersblock. Het lag niet aan mogelijke thema’s om over te schrijven; die waren er te over. Was het dan een soort keuzestress misschien? Ik weet het niet. Er is wél veel gaande in onderwijsland. Er gebeuren prachtige dingen. Maar er zijn ook zaken die volstrekt verkeerd zijn.

Om bij het laatste te beginnen kun je denken aan het lerarentekort, de financiering van het onderwijs en met name de salarissen van leraren, schoolleiders en onderwijsondersteuners. Bij Omroep Brabant zijn nog quotes van mij vindbaar die gaan over het ontstaan van een ‘monsterlijk tekort’ aan leraren en schoolleiders. Inmiddels zijn we zo ver. Sommigen spreken over oplossingen zoals het reduceren van onderwijstijd door kinderen een jaar later op de basisschool te laten starten en anderen zien heil in een vierdagen-onderwijsmodel. Dat zijn noodgrepen. Er wordt wel eens gewezen naar Finland, waar kinderen later beginnen met basisonderwijs en waar ze toch zulke goede resultaten halen. Dat is relatief; in Finland is de voorschoolse periode veel sterker en impactvoller vormgegeven dan hier. Overigens, reductie van onderwijstijd bleek volgens onderzoek in Noorwegen negatieve gevolgen te hebben voor kindontwikkeling. Er werden effecten gevonden die wijzen op een verlies van twee IQ-punten als gevolg van de beperking van onderwijstijd met 1 jaar*.

Wat me bij de keel grijpt is dat de Nederlandse overheid lauw reageert op de heftige signalen uit de samenleving en de onderwijsgemeenschap. Rond Prinsjesdag bleek maar weer dat men niet ziet dat de situatie m.b.t. het lerarentekort zeer ernstig is. Binnen de 50 miljard van Wopke, of binnen het begrotingsoverschot, is geen geld om de salarissen in het PO (en VO) te verhogen. En het verhogen van salarissen is echt noodzakelijk. Niet alleen omdat de mensen in het onderwijs dit verdienen, maar ook omdat hogere salarissen meer capabele mensen naar het onderwijs trekken. Hogere salarissen trekken ook mensen aan die een grotere benoemingsomvang willen.

Het wordt tijd dat onderwijs ‘chefsache’ wordt. Het lijkt erop dat Mark Rutte dit inmiddels inziet. Voor het eerst sluit hij aan bij het overleg van zijn ministers van onderwijs en de PO en VO-Raad. Wellicht dat dit gaat helpen. Ik hoop het van harte.

Dit gezegd hebbende weet ik ook wel dat veel dingen goed gaan in het basisonderwijs. Het is vooral de praktijk van alledag die prachtig schittert. Inmiddels hebben we als CvB weer alle 31 scholen bezocht. De scholen doen het goed. Dat concluderen we uit veel verschillende gegevens. Maar we ervaren het pas echt als we in de scholen zelf zijn. Tijdens een hele dag op school hebben we gesprekken met kinderen, ouders en het team. We zijn bij lessen, we lopen op de speelplaats, pauzeren in de teamkamer. We zien dan lerende mensen, jong en oud, die samen mooi onderwijs maken.

De gesprekken met de kinderen zijn voor het CvB het meest bijzonder. De kinderen kunnen heel goed aangeven hoe ze hun onderwijs ervaren. We vragen hen naar tops en tips. Zo mooi om te zien hoe kinderen eigenaar zijn van hun leerproces, van hun school. We hebben een aantal onderwerpen die we standaard met de kinderen bespreken. Eén daarvan is veiligheid en het eventueel voorkomen van pesten. We gaan ook na of kinderen goed weten naar wie ze kunnen gaan mocht er onverhoopt gepest worden. We vragen dan ook of ze weten wie de ‘anti-pest-coördinator’ van de school is. Laatst vroeg een meisje: ‘een anti-pest-coördinator, is dat een apparaat?’ En hier toont zich dan meteen de zwakte van de wereld van beleid en systemen. Ergens is ooit met de beste bedoelingen een protocol met dit begrip bedacht. Kinderen maken echter op hun manier duidelijk dat dit begrip niet passend is in de praktijk. Laat het maar gewoon ‘vertrouwenspersoon’, ‘intern begeleider’ of ‘onze juf Inge’ zijn. In de school is de échte wereld. Een mooie wereld. Maar ook een wereld die at risk is. Het zou goed zijn als Mark, Arie en Ingrid, maar ook Wopke, eens vaker in de basisschool gaan praten met de kinderen en hun leraren.  Wellicht dat daarmee het nodige licht aan het einde van de tunnel van het lerarentekort in zicht gaat komen. Lodewijk heeft het inmiddels gezien. Ik ben benieuwd wat de komende maanden gaan brengen voor het onderwijs.

 

*Dit onderzoek is vindbaar in het  boek van David Didau,  ‘Making Kids cleverer’ (Aanrader),


Geef het door