Kansengelijkheid

8 december 2020

Lukt het de school om voor kinderen het verschil te maken? De programmamakers Sarah Sylbing en Ester Gould stelden zich deze vraag. Om een antwoord te vinden streken ze neer in Amsterdam-Noord en richtten zij hun aandacht en script op de kinderen van groep 8. Het gaat met name om kansengelijkheid in het onderwijs. Kansengelijkheid is bespreekbaar gemaakt aan de hand van de schooladviezen die kinderen krijgen. Het programma toont mooie beelden en gesprekken waarin kinderen vanuit hun perspectief kijken naar school, naar de schooladviezen, naar hun leven. Ook komen ouders, leraren, schoolleiders en bestuurders in beeld. De serie heet “Klassen” en is recentelijk gestart bij de publieke omroep.

Ik zag in de eerste uitzending met name kinderen met een migratieachtergrond en met minder hoogopgeleide ouders in beeld verschijnen. Het ging vooral om het schooladvies dat wellicht te laag was. Ik vind er wat van dat die prachtige kinderen met hun liefhebbende ouders op deze wijze in beeld worden gebracht. Ook meen ik te zien dat het onderwijs en onderwijsmensen onvoordelig neer worden gezet. Verkeerde (en te lage) schooladviezen voor kinderen is een wezenlijk probleem. En dat probleem heeft te maken met verwachtingen, verkeerde c.q. te lage verwachtingen en de intentie om kinderen een goede startkans in het Voortgezet Onderwijs te geven.

 

In de jaren zestig van de vorige eeuw richtte A.D. de Groot de voorloper van CITO op om te bevorderen dat kinderen uit minder bevoorrechte milieus niet alleen afhankelijk waren van het schooladvies van hun leraren. Een objectieve eindtoets zou kansen van kinderen vergroten om op die vorm van vervolgonderwijs terecht te komen die past bij hun cognitieve mogelijkheden, hun potentieel. Daarvoor is de huidige Eindtoets nog steeds bedoeld, ook al wordt met de Eindtoets nu ook de school op kwaliteit van de opbrengsten beoordeeld. Dat laatste wordt in de sociologie ‘doelverschuiving’ genoemd, maar dat terzijde.

 

Anno nu hebben we dus nog steeds de Eindtoets. Als een kind op de Eindtoets een score behaalt die hoger is dan het door de school uitgebrachte advies, dient heroverweging plaats te vinden. De school kan dan het advies aanpassen. Een onderwijsorganisatie dient toe te zien op de kwaliteit van de adviesprocedure en de wijze waarop heroverweging wordt toegepast in de scholen. Volgens mij dient ieder bestuur dat te doen, maar het gebeurt misschien nog niet overal.

 

Mijn punt is dat de serie Klassen de plank lijkt mis te slaan. Het moet volgens mij nog ergens anders over gaan dan over schooladviezen. Het zou moeten gaan over de eerste jaren van kinderen, de jaren dat in de hersenen een wonderlijk reeds bij de geboorte aangelegd systeem van neurale verbindingen intensief wordt uitgebreid.  En over het vraagstuk hoe te veel stress voor het kind voorkomen kan worden. Stress en onregelmatigheid leveren een te hoge cortisolproductie op en dat tast weer de ontwikkeling van de voor leren zo belangrijke frontaalkwab aan. Ouders die in ongunstige omstandigheden verkeren dienen met begrip en respectvol ondersteund te worden. Ze zijn zoals bijna elke ouder lief voor hun kinderen, maar kunnen de ontwikkeling van hun kind misschien te weinig stimuleren en steunen. Onder meer Robert Putnam schreef daarover in zijn boeken Bowling alone en Our kids.

 

Alle kinderen zouden al heel jong behalve in veilige ook in stimulerende en kennisrijke omgevingen moeten kunnen verkeren. Hun hersenen, hun aangeboren nieuwsgierigheid en hun emotionele basisbehoeften snakken daarnaar. Als jouw wieg op een minder gunstig plekje staat, moet solidariteit uit de omgeving ontwikkelingsachterstand voorkomen. Intensievere jeugdzorg en voorschoolse educatie horen er in ieder geval te zijn voor kinderen waarvan de ouders weinig cultureel kapitaal kunnen inbrengen.

Scholen lukt het om verschil te maken voor kinderen. Bijvoorbeeld door hoge doch realistische verwachtingen te stellen. Door een rijk aanbod te realiseren wat gericht is op het ontwikkelen van (voor)kennis, die andere meer geprivilegieerde kinderen al van huis uit meebrengen naar school. Door als school kinderen niet een loopbaan lang in hetzelfde niveaugroepje te houden, maar kinderen steeds te laten werken in groepen van gemengde samenstelling. Door kinderen te leren om aandachtig te zijn. Door veel voor te lezen. Door samenwerking tussen ouders en school om de ontwikkeling van het kind te stimuleren. Door kinderen echt serieus te nemen en hen aanbod te geven wat uitdagend is en waarbij het kind zich trots en competent kan voelen. En door in Nederland te stoppen met de belachelijk vroege selectie waarbij termen als ‘hoog’ en ‘laag’ gebezigd worden.  Er zijn nog veel meer voorbeelden van op bewijs gebaseerde praktijk ter bevordering van kansengelijkheid te geven*.

 

Onderwijs kan het niet alleen. Kansrijkheid bevorderen gebeurt door samenwerking tussen alle instituties rondom het kind. Bij kansrijkheid horen ambitie, optimisme, vertrouwen in de kracht van kinderen. En daarbij hoort vakmanschap in de school met een sterke collectieve doelmatigheidsbeleving van een team.

Ik hoop dat juist dit allemaal in beeld gebracht gaat worden door voornoemde documentairemakers. Ze zijn daarvoor zeker welkom op de scholen van Optimus en ik weet zeker dat hetzelfde geldt voor veel andere scholen in ons land.

 

*In 2020 kwam ‘Werk maken van gelijke kansen’ uit bij Didactief. Dit boek kwam tot stand in co-productie tussen het werkveld en de wetenschap. Het is gratis downloadbaar op https://didactiefonline.nl/

Afbeelding komt uit het tv-programma 'Klassen' door Sarah Sylbing en Ester Gould.

 

 

 

 

 


Geef het door