Luizenmoeder


De luizenmoeder is een regelrechte kijkcijferhit op de vaderlandse televisie. Ik heb inmiddels de eerste vier afleveringen gezien. En als ik zo in mijn omgeving, maar ook op sociale media rondkijk, dan geniet ook een groot deel van onderwijs Nederland van deze nieuwe ster aan het televisie firmament.

Er wordt stevige en confronterende humor in de Luizenmoeder neergezet. Soms vraag je jezelf af of je het wel kunt maken om erom te lachen, maar je doet het toch. Is het nou de bijzondere en belerende wijze waarop juf Ank praat? Of gaat het om de boodschap die ze uitzendt? In ieder geval herkent ieder die in het onderwijs werkt, of gewerkt heeft, de stereotiepe beelden die neergezet worden. De softe directeur met zijn participizza en gemijmer over hoe onderwijs moet zijn, terwijl hij zelf geen vinger naar het primair proces uitsteekt. De ouders die bovenop alles zitten wat hun kind in school doet, wentelend in onzekerheid en bewijsdrang. Ja de luizenmoeder kijkt er met charmante verbazing naar. Ze komt ogen en oren te kort.

Iedereen die het onderwijs goed kent, snapt dat het hier gaat om een persiflage, een spottende imitatie en het overdrijven van enkele kenmerken van het origineel met de bedoeling dit belachelijk te maken. En daar zit ‘m volgens mij ook de angel. Hoe leuk en geestig en gevat ook. De luizenmoeder raakt niet de kern van wat onderwijs is. Op geen enkele wijze laat deze serie de diepere betekenisgeving die een leraar ontleent aan werken met kinderen en hun ouders zien. Hetzelfde geldt voor de directeur die elke dag werkt voor zijn team. De luizenmoeder laat exact zien hoe een slechte school reilt en zeilt. Met medewerkers die haast neurotisch hun plekje in de organisatie afbakenen. In wezen super onzekere lieden die in alles de vijand van buiten zien. En met ouders die alleen maar denken aan hun eigen spruit en niet begrijpen dat een gemeenschap nodig is om kinderen op te voeden.

Ach, ik had het eigenlijk niet op willen schrijven. Want ja, eerlijk, ook ik lig krom als de directeur Anton door zijn team in de maling wordt genomen met 1 april. En stilletjes bewonder ik de moed van Ank om grenzen aan te geven. Dat mag in het echt inderdaad wat vaker. Verwachtingen uitspreken naar elkaar, naar ouders en de samenleving. Alleen niet op de defensieve dociele wijze waarop dat in deze serie gebeurt.

Er komt een moment dat de luizenmoeder uitgewerkt is. Dan zijn alle clichés wel zo’n beetje aan bod geweest. En op dat moment is het tijd om een serie over het onderwijs te tonen waar neurotische lerarentypetjes plaats maken voor helden. Mensen met een missie en met kennis van zaken. Mensen die kinderen en hun ouders verder helpen komen in dit leven. Mensen die inspireren en hun best doen om anderen te begrijpen en te ontmoeten. Mensen die wij in ons land leraren en schoolleiders noemen.

 

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel