De virtuele leraar

6 december 2018

Laatst stond in de dagbladen van de Persgroep een artikel waarin een bestuurder uit het Primair Onderwijs een in zijn ogen goede oplossingsrichting introduceerde voor het lerarentekort. Het zou aldus deze bestuurder goed zijn als er in het onderwijs gebruik gemaakt zou gaan worden van een virtuele leraar. Wat een leraar is weten we wel. Maar het begrip virtueel is wat lastiger. Virtueel is een bijvoeglijk naamwoord dat betrekking heeft op zaken die niet tastbaar zijn, maar slechts denkbeeldig of digitaal bestaan.  Anders gezegd: het voorstel van de bestuurder gaat over het inzetten van een soort Avatars ten behoeve het leren van kinderen.

Nu vind ik dat er ook iets positiefs zit aan het bericht van voornoemde bestuurder. Namelijk dat hij zich ontzettend veel zorgen maakt over het lerarentekort dat ons land nu al teistert en dat oploopt naar een monsterlijk tekort als er niets gebeurt, van meer dan 11.000 leraren basisonderwijs in 2025. Dat is een serieus probleem. Eigenlijk te gek voor woorden dat in een beschaafd land risico is op een tekort aan mensen die een van de meest cruciale beroepen in de samenleving uitoefenen.

Dus deze bestuurder maakt zich hier dan ook druk over. En dat moeten bestuurders zeker ook doen. Ook ik ben erg bezorgd over de situatie  die op de onderwijsarbeidsmarkt aan het ontstaan is. Maar dat terzijde. Nu naar de kern. De virtuele leraar als oplossing. Is dit een vruchtbaar alternatief?

Als een Avatar, of een Robot, of een Cyborg, you name it, de rol van een leraar over gaat nemen staat de essentie van wat onderwijs is op omvallen. Onderwijs is namelijk de situatie waarin de mensheid de toekomst van de mensheid aan het voorbereiden is. En dat voorbereiden moet gedaan worden vanuit menselijk perspectief, vanuit empathie, vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid en openstaan voor de ander, in dit geval jonge kinderen.

De pedagogische relatie met kinderen kan alleen vanuit menselijk handelen met onderliggende normen en waarden worden opgebouwd. Niet vanuit algoritmen en andere programmeertaal. Als je dat niet ziet of weet, kun je ervan beticht worden geen snars van onderwijs begrepen te hebben. En dat is ook precies wat leraren die trots zijn op hun vaak nu doen. Ze betichten de voornoemde bestuurder ervan dat hij misschien zelf wel een virtuele bestuurder is. Iemand die denkbeeldig bestaat en die geen binding heeft met het werkelijke bestaan. Dat is een harde uitspraak die de goede man niet verdient. Ik weet namelijk dat hij het onderwijshart op de goede plek heeft.  Alleen slaat hij wellicht wat door in de appreciatie van wat we digitalisering noemen. Dat wil niet zeggen dat de toepassing van digitale technieken buiten het klaslokaal moet blijven.

Er zijn hele mooie toepassingen van nieuwe technologie in de klas mogelijk. Om kinderen goede instructie te geven, in kleine zorgvuldig gekozen stapjes, kan een goed  digitaal programma zeker adequaat ingezet worden. En kinderen vinden avatars leuk, dus waarom niet af en toe een avatar of hologram inzetten. Niets mis mee. Zo lang de regie en de verbondenheid, en uiteraard ook de pedagogiek en didactiek, maar voortkomen uit een vakkundig en waarden gedreven mens van vlees en bloed. Het is alleen zaak dat er genoeg mensen zijn aan wie de samenleving deze hoogwaardige taak kan overlaten. En dat hoeft geen probleem te zijn. Als we er maar permanent voor zorgen dat het cruciale beroep van leraar door de samenleving ook als zodanig gewaardeerd wordt. Onze toekomst hangt ervan af. Als dit samen met nog betere arbeidsvoorwaarden realiteit is, komen er meer dan genoeg getalenteerde mensen op de sector af. Dan kan de virtuele leraar nog een hele poos virtueel blijven.


Geef het door