Thumos

28 augustus 2018

De zomervakantie is voorbij. De kinderen en de teams zijn gelukkig weer gezond en wel teruggekeerd op de scholen. De scholen en de klaslokalen zien er fris en fleurig uit. Een nieuw schooljaar staat voor de deur. De opstart van een schooljaar vraagt van teams vaak extra inspanning. Het leren kennen van nieuwe leerlingen vraagt om oplettendheid, benieuwd zijn, maar ook om duidelijkheid. Vooral de beginfase in een nieuwe groep vraagt veel van het vakmanschap van de leraar. Als de leraar en de kinderen aan elkaar gewend zijn gaat het wonderlijke proces van leren en ontwikkelen pas echt van start. De kinderen willen graag zelf leren. Ze willen het ook goed doen. En ze willen graag bij de groep horen, verbondenheid ervaren. Hetzelfde geldt ook voor de leraar. Ryan en Deci hebben deze basisbehoeften mooi beschreven in hun zelfbeschikkingstheorie. Mooi onderwijs sluit harmonieus aan op deze basisbehoeften. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor onderwijsorganisaties.

In de Griekse oudheid onderscheidde Socrates drie delen in de menselijke ziel. Een begerend deel, een redelijk deel en dat wat hij aanduidde als Thumos. Thumos is een Grieks woord dat meestal vertaald wordt als ‘gemoed’. Thumos is de zetel van het menselijk eergevoel, het deel dat van andere mensen verlangt dat ze je waarde of je waardigheid erkennen. Dit concept wat duizenden jaren geleden is gemunt speelt in onderwijs, maar ook doorheen de hele samenleving een cruciale rol. In een fijn schoolklimaat, waar kinderen in veiligheid en onder positieve verwachtingen gedijen, voelen kinderen dat ze gewaardeerd worden om wat en wie ze zijn. Nederlandse kinderen behoren tot de gelukkigste ter wereld en we hebben erg veel goede scholen. En toch manifesteert zich in ons systeem mogelijk een ontwikkeling die verkeerd ingrijpt op de genoemde basisbehoeften en zeker ook op Thumos. Ik heb er in een blog al eens eerder op gewezen. In Nederland spreken we van hoge en lage Citoscores. En tegelijk wordt aan de hoogte van de Citoscore grotendeels de aard van de vervolgopleiding gekoppeld. Hoog leidt tot generieke theoriegerichte onderwijsvormen (als hoger aangemerkt) en laag leidt tot beroepsgericht en toepassingsgericht onderwijs (als lager aangemerkt).  De gevolgen van het voorgaande zijn bekend. Er is in Nederland een bijspijkerindustrie ontstaan die er toe moet leiden dat kinderen na de basisschool liefst op generieke theoriegerichte onderwijsvormen terechtkomen. En ook zien we al jarenlang een daling van de instroom  op  opleidingen voor timmerman, elektricien, monteur enzovoorts.

Werken met je handen wordt te laag gewaardeerd. Wat doet dit met Thumos? Zouden in het basisonderwijs misschien groepen kinderen zijn die hun talenten niet optimaal kunnen inzetten, omdat er te veel nadruk ligt op memoriseren, talig onderwijs en theorie uit boekjes? Wat zou dit doen met Thumos van kinderen die meer praktisch ingesteld zijn, kinderen die graag  fysiek actief zijn en die iets tastbaars willen maken? Het lijkt me goed om dit soort vragen te stellen in een sector die behoort tot de meest voorwaardelijke in de samenleving. En hopelijk durven we ook antwoorden te geven. Bijvoorbeeld door kinderen pas met hun 15ejaar vervolgonderwijs te laten kiezen, zoals ook in Finland en andere aansprekende onderwijslanden gebeurt. En vooral niet meer werken met de tegenstellingen hoger versus lager en theorie versus praktijk. Ik denk dat dit o.a. meer en gelukkiger vakmensen oplevert en ook meer Thumos.


Geef het door