Over de groei van kinderen……..Een traag groeiende boom kan ook de hoogste worden.


Ik schreef voor het juninummer van het blad ‘Van twaalf tot achttien’ een bijdrage waarin ik inging op een quote van Jelle Jolles: ‘Een traag groeiende boom kan ook de hoogste worden’ Deze blog gaat daar nader op in.

Een boom groeit als de omstandigheden in de directe omgeving gunstig zijn. Voorwaardelijk daarvoor zijn onder meer voldoende voedingsstoffen, voldoende licht, voldoende beschutting en voldoende warmte. De ecologische interactie met de omgeving is voor het overleven van een boom cruciaal. Bomen zijn verschillend. Ze hebben dus ook een verschillend groeitempo en bereiken verschillende hoogten. De metafoor van een groeiende boom past wat mij betreft mooi bij de ontwikkeling van mensen in het algemeen en bij kinderen in het bijzonder. De sociologe Kim Stroet droeg de bovengenoemde quote al eerder aan in de Bildungskalender 2018. Sociologen weten als geen ander wat een sociale omgeving doet met groeikansen voor mensen en de mate waarin zij hun potentieel kunnen realiseren. In haar toelichting beschrijft ze een leerproces als ‘een unieke interactie tussen kind en omgeving met onbekende uitkomst’.

Kinderen ontwikkelen op basis van de vele interacties die ze aangaan een zelfconcept. Dat zelfconcept heeft uitermate veel invloed op de wijze waarop het kind leert en hoe het ontwikkelt. Is het zelfconcept (te) negatief dan zal dat onmiskenbaar invloed hebben op de wijze waarop een kind zijn of haar capaciteiten realiseert. Als een kind bijvoorbeeld  merkt dat het niet kan beantwoorden aan de eisen die de school aan hem of haar stelt, als het te veel faal-ervaringen opdoet en onvoldoende  tot competentiebeleving komt, ligt het voor de hand dat het mentaal afhaakt en voor zichzelf vaststelt dat het er allemaal toch niet toe doet. Te lage verwachtingen naar kinderen toe hebben daarentegen kan ook negatief inwerken op hun ontwikkeling.

Hoe dan ook, voor kinderen is het vitaal dat ze vooruitgang ervaren. Niet vooruitgang vergeleken met de anderen in de klas, of met het groepsgemiddelde, maar vooruitgang in hun eigen ontwikkeling. En als kinderen met hun leraren en hun klasgenoten ervaren dat ze potentieel hebben om te groeien, dat ze vooruit kunnen komen, zullen ze net als de boom in de metafoor van Jelle Jolles groeien tot hun persoonlijke hoogste punt. Hier gaat het om in educatie. Hoge verwachtingen en feedback van de leraar en een onvoorwaardelijk respect voor de groei en het groeitempo van een kind zijn dan de natuurlijke omstandigheden waardoor het kind zijn persoonlijke groei kan doormaken. Dat is in een notendop de ecologie van goed onderwijs.

De metafoor van de traag groeiende boom zouden we vaker mogen gebruiken in ons onderwijs maar ook in ons eigen werk en leven. Hij relativeert beheersbaarheid, druk van prestatie-indicatoren en het vergelijken met ‘normale gemiddelden’, en biedt tegelijk optimisme met betrekking tot duurzaam groeien en leren op school.

Over de auteur

Harrie van de Ven (1958, Helmond) is zijn loopbaan lang werkzaam in het onderwijs. Hij startte ooit als leraar op de basisschool. Harrie studeerde Pedagogiek en Onderwijskunde. Na een periode in de basisschool werkte hij ondermeer als procesmanager Weer Samen Naar School, Consultant en Trainer, directeur Magistrum, directeur Fontys Hogeschool Kind en Educatie, waarin ondermeer de 5 Fontyspabo’s zijn ondergebracht. Sinds september 2015 werkt Harrie weer in het basisonderwijs als bestuursvoorzitter van Optimus Primair Onderwijs. Circa elke twee weken is de nieuwe blogpost ook te volgen op Twitter.

Deel dit artikel